State-of-the-art lezingen

 

State-of-the-art   SA5

Maandag 16 september 

11:20 - Centraal Auditorium O&N 1

Dagmar Van Liefferinge

Zorgpad ADHD

Dagmar Van Liefferinge, dienst Kinder- en Jeugdpsychiatrie UPC KU Leuven, psycholoog raadpleging ADHD

In het kader van het nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren werd bijzondere aandacht besteed aan ADHD. Om de diagnostiek en behandeling van kinderen en adolescenten over diensten, regio’s en provincies meer af te stemmen op elkaar, startte de federale overheid in 2016 een ADHD-actieplan op. Tijdens dit project werd getracht om een optimaal zorgpad voor kinderen en jongeren (jongvolwassenen) met druk gedrag en/of aandachts- en concentratieproblemen te ontwikkelen op basis van de geldende richtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad en andere (inter)nationale richtlijnen. Een nieuwe webtool (www.adhd-traject.be) werd ontwikkeld om dit zorgpad zo breed mogelijk te implementeren in België. Ouders, leerkrachten, (huis)artsen, CLB-medewerkers, hulpverleners… kortom: ieder die met deze kinderen en jongeren te maken heeft, kan hier wetenschappelijk verantwoorde én praktische informatie op maat vinden. Tijdens deze lezing wordt kort de achtergrond waarin deze tool ontwikkeld werd geschetst en zullen de deelnemers wegwijs gemaakt worden doorheen het zorgpad ADHD.

 

State-of-the-art   SA6

Maandag 16 september 

12:10 - Centraal Auditorium O&N 1

Ilse Noens & Jean Steyaert

Classificerende Diagnostische Protocollen autismespectrumstoornis (ASS) kinderen en jongeren

Ilse Noens, Gezins- en Orthopedagogiek KU Leuven, orthopedagoog & hoofddocent Gezins- en Orthopedagogiek
Jean Steyaert, dienst Kinder- en Jeugdpsychiatrie UPC KU Leuven, kinder- en jeugdpsychiater Expertisecentrum Autisme Leuven & hoogleraar departement Neurowetenschappen KU Leuven

Een protocol in de geestelijke gezondheidszorg biedt een  systematische, logische, concrete en wetenschappelijk onderbouwde leidraad, om binnen het hulpverleningsproces handelingen  gericht op een welomschreven problematiek uit te voeren (aangepast naar De Smet, 2009). Het is een leidraad, geen keurslijf, en wordt gebruikt binnen het kader van een klinische en kritische context. In 2018 werd het herwerkt Classificerend Diagnostisch Protocol Autismespectrumstoornissen gepubliceerd door het Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek vzw, in opdracht van de Vlaamse Overheid.  In deze State-of-the-art-lezing wordt het protocol toegelicht door twee experten die deelnamen aan de ontwikkeling ervan. Zij preciseren de rationale achter een aantal aanbevelingen.

Het protocol vertrekt van een sociaal-ecologische visie: de mogelijkheden en beperkingen die iemand ondervindt in het functioneren en participeren aan de samenleving, vinden steeds plaats in een interactie tussen een persoon en zijn omgeving. Vanuit dit model is het belangrijk om niet alleen aandacht te hebben voor de autismespecifieke beperkingen, maar ook voor het ruimere functioneren van de persoon in het zijn of haar omgeving, en persoonlijke en externe factoren die het functioneren en de participatie beïnvloeden.

De experten volgden het uitgangspunt van DSM-5 dat autismespectrumstoornis gedragsdiagnose is. Diverse neurocognitieve en neurobiologische kenmerken kunnen onderliggend zijn aan het gedragsbeeld, maar zijn niet voldoende specifiek en universeel om als classificerende diagnostische middelen gebruikt te worden. Het protocol onderstreept het belang van multidisciplinair werken en het gebruik maken van instrumenten met een zo hoog mogelijke betrouwbaarheid en validiteit, om het gedragsbeeld breed, nauwkeurig en reproduceerbaar in kaart te brengen. In het classificerend diagnostisch protocol ligt de nadruk op onderkennen, maar in tegenstelling tot wat de naam suggereert, is het protocol niet louter classificerend. Het besteedt aandacht aan een handelingsgerichte diagnostiek, waarbij verklarende en indicerende diagnostiek hun plaats hebben naast classificatie als deel van onderkennende diagnostiek. Dit past in de sociaal-ecologische visie van het protocol.

https://www.kwaliteitscentrumdiagnostiek.be/herwerking-protocollen

 

State-of-the-art   SA4

Maandag 16 september 

14:40 - Centraal Auditorium O&N 1

Patricia Bijttebier

Hoogsensitiviteit

Patricia Bijttebier, Schoolpsychologie en Ontwikkeling in Context KU Leuven, psycholoog & gewoon hoogleraar faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen KU Leuven

Hoogsensitiviteit: de wetenschappelijke bevindingen in een notendop

Wat houdt het concept ‘hoogsensitiviteit’ precies in? Kunnen we hoogsensitiviteit al op een betrouwbare en valide manier meten? Moeten we denken in termen van hoogsensitieven versus niet-hoogsensitieven of is sensitiviteit een dimensie waarop we allemaal ergens een positie hebben? Is de mate van sensitiviteit voorspellend voor hoe goed of slecht iemand functioneert? Wat is de ontwikkelingsmatige oorsprong van verschillen in sensitiviteit? Zijn ze genetisch geworteld of vooral een gevolg van vroege omgevingservaringen? Heeft hoogsensitiviteit te maken met een overgevoeligheid van het zenuwstelsel?  Is het een stoornis of een persoonlijkheidskenmerk? Tijdens deze state of the art wordt een overzicht gegeven van de wetenschappelijke evidentie m.b.t. hoogsensiviteit. Naast een overzicht van wat we op dit moment op basis van wetenschappelijke evidentie weten, wordt ook stilgestaan bij wat we nog niet weten en wat interessante pistes voor verder onderzoek zijn.

 

State-of-the-art   SA2

Maandag 16 september 

13:50 - Centraal Auditorium O&N 1

An Hooghe & Elke Dubin

De partnerrelatie tijdens de ziekte van een kind

An Hooghe, Context - centrum voor relatie en gezinstherapie UPC KU Leuven, psycholoog
Elke Dubin, ervaringsdeskundige

“Het is een kwestie van afstemming”: Aandacht voor de partnerrelatie tijdens de kankerbehandeling van een kind.
Een diagnose en behandeling van kinderkanker heeft een impact op alle gezinsleden en het gezinsleven in zijn geheel. Alhoewel het duidelijk is dat de partnerrelatie onder grote druk komt te staan, is onderzoek over de impact van kinderkanker op dit subsysteem eerder beperkt. Vanuit het weinige onderzoek blijkt dat de communicatie tussen de partners van groot belang is om emotioneel verbonden te blijven en samen om te gaan met deze moeilijke periode. Echter, het spreken met elkaar over de eigen emoties blijkt niet evident. Voor veel ouders is de zorg voor hun zieke kind de primaire focus tijdens de behandeling. Eigen onderzoek toont dat het spreken met elkaar een kwestie is van relationele afstemming op wat er emotioneel en relationeel mogelijk is binnen deze context. Daarenboven blijkt dat ook voor hulpverleners op een afdeling kinderoncologie het kind centraal staat. Hoe afstemmen op de ouders en hun partnerrelatie om hen te ondersteunen in deze periode? In deze lezing zal een overzicht gegeven worden van de literatuur en de bevindingen van eigen onderzoek. Daarnaast zal een moeder wiens dochter overleed aan een hersentumor terugkijken op deze periode met eigen ervaringen over de aandacht voor de partnerrelatie, hun koppelcommunicatie en het contact met de hulpverleners.

 

State-of-the-art   SA3

Dinsdag 17 september 

11:50 - Centraal Auditorium O&N 1

Caroline Braet

Transdiagnostisch werken

Caroline Braet, Ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie UGent, psycholoog

Kinderen met psychische problemen zijn een zeer belangrijk onderwerp: in de politiek, in de instellingen; maar ook in de DSM, op school, in het gezin. Logisch, kinderen zijn de toekomst. Toch heeft 20% last van mentale problemen en staat de behandeling ervan nog steeds niet op punt.
Lange tijd werden kinderen behandeld met speltherapie, praattherapie, of ouderbegeleiding. Helaas, evaluaties van deze klinische praktijk laten steeds opnieuw zien dat de effecten ervan niet zo goed zijn, tenzij de therapeuten gespecialiseerde training hadden gehad, supervisie kregen, en hun caseload niet te groot was. Ondertussen wordt steeds meer duidelijk dat gestandaardiseerd werken daarentegen -dit wel zeggen: behandelen volgens een vast protocol-, beduidend effectiever is, alsook minder tijd kost. Momenteel zijn er 100den protocollen beschikbaar voor zowat elke DSM-5 stoornis.
Bij het toenemend streven naar implementatie van deze protocollen stelt men evenwel vast dat de problematiek van kinderen met psychologische problemen soms veel complexer is dan enkel een enkelvoudige gediagnosticeerde (angst)stoornis, of een enkelvoudige aanpak van een ADHD-problematiek. Kan men dan nog gestandaardiseerd te werk gaan? Of, men stelt vast dat de focus van de behandeling moet veranderen tijdens de therapie bijvoorbeeld wanneer niet langer de sociale angst maar de depressieve klachten gaan overheersen. Hoe moet men dan gestandaardiseerd te werk gaan? Verder stelt zich de vraag of de grote groep van kinderen en jongeren met recidiverende klachten bij heraanmelding opnieuw een gans protocol van begin tot eind moeten doorlopen?
Als antwoord op deze vragen zijn er nu de transdiagnostische protocollen. We gaan ervan uit dat deze protocollen eerder inwerken op onderliggende mechanismen en hierdoor breed inzetbaar zijn. Transdiagnostische behandelingsprogramma’s  kunnen een  focus hebben op cognitieve processen (bijv. zelfbeeldversterkende behandeling), emotionele processen (bijv. emotieregulatietraining) of gedragsmatige processen (bijv. mindful parenting), onderliggend aan de complexe klachten die kinderen kunnen vertonen. Toepassing van  transdiagnostische protocollen zijn duidelijk een nieuwe trend maar zijn lang niet altijd bruikbaar. We zullen enkele voorbeelden bespreken en de vraag niet uit de weg gaan of je nu beter stoornisspecifiek dan wel transdiagnostisch moet werken en wanneer.

 

State-of-the-art   SA1

Dinsdag 17 september 

12:40 - Centraal Auditorium O&N 1

Lucia De Haene

Werken tussen werelden: Van culturele competentie naar reflexiviteit in transculturele zorg

Lucia De Haene, Faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen KU Leuven & Facultair Praktijkcentrum PraxisP, hoofddocent & coördinator team trauma-zorg vluchtelingen (PraxisP)

In westerse, multi-etnische samenlevingen neemt de aandacht voor de interculturalisering van psychosociale hulpverlening sterk toe. Werken met cliëntsystemen die behoren tot minderheidsgroepen, stelt hulpverleners voor uitdagingen in het omgaan met culturele differentie in de zorgrelatie, in het verzekeren van adequate interculturele communicatie, het ontwikkelen van valide diagnostische beeldvorming, en het vormgeven aan cultuursensitieve interventies. In onze actuele context wijzen de drempels in de toegang tot hulpverlening en de verlaagde zorgparticipatie van minderheidsgroepen eveneens op het belang van een inzet op de culturele responsiviteit en reflexiviteit van hulpverleningspraktijken en -instituties voor het bevorderen van adequate interculturele zorg.  In deze bijdrage onderzoeken we recente ontwikkelingen in het vormgeven aan de therapeutische relatie en interventie in transculturele hulpverlening. Recente noties van reflexiviteit in transculturele zorg vertolken daarbij een verbreding van een loutere focus op de culturele betekeniswereld van cliëntsystemen (met focus op culturele vormen van symptoomexpressie, symptoominterpretatie, copingstrategieën en behandelwijzen) naar een meervoudige inzet op het werken met culturele betekenisgeving in de context van diaspora, actuele maatschappelijke positie en de therapeutische positionering zelf.  We exploreren recente operationaliseringen van deze reflexiviteit in transculturele zorg in de concrete zorgmodellen van culturele consultatie en collaboratieve zorgnetwerken voor cliëntsystemen uit minderheidsgroepen.