Praktijk symposia dinsdag

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP1 HANDELINGSGERICHTE DIAGNOSTIEK in OOOC

Dinsdag 17/09/2019 11:50 O&N2 - BMW3

Contactpersoon : Kris Vanhoof

Organisatie : Federatie van Onthaal-, Oriëntatie-, en Observatiecentra - O.O.O.C. 't Kruispunt

HGD in de Onthaal-, Oriëntatie-, en Observatiecentra: kansen tot samenwerking.

Auteur inleiding : Paul Verbiest

Coauteurs : Kris Vanhoof, Birgit Claikens, Maarten Peeters

Inleiding :

Actie! Het Protocol in de praktijk.

Diagnostiek blijkt in de Jeugdhulp steeds vaker een beladen begrip te worden, in positieve zin maar niet zelden ook met negatieve bijklanken. Het is een term die vele ladingen dekt en die het beeld oproept van een zeer versnipperd aanbod in Vlaanderen. Voor gezinnen én hulpverleners blijft het nog te veel een zoeken naar de gepaste aanmelding en doorverwijzing. Onder meer vanuit het nieuwe agentschap Opgroeien worden impulsen gegeven aan het werkveld om mee na te denken over de manier waarop het versnipperd diagnostisch aanbod in Vlaanderen beter gestructureerd en gereorganiseerd kan worden. Diagnostiek is een zeer actueel thema! Te midden de zeer diverse settings waar diagnostiek wordt aangeboden, bestaat er bij de Onthaal-, Oriëntatie-, en Observatiecentra een specifieke expertise in handelingsgerichte diagnostiek. De manier waarop deze diagnostiek er vorm krijgt en de intense wijze van samenwerken met gezinnen, is uniek en vindt inspiratie in het wetenschappelijk gefundeerd Protocol HGD voor O.O.O.C.’s. Deze handelingsgerichte diagnostiek is dialoog- en vraaggestuurd, is interdisciplinair (benutten van verschillende invalshoeken) en heeft als finaliteit om een realistisch en gedragen hulptraject vorm te geven. In deze bijdrage willen we aan de hand van dit protocol en concreet casusmateriaal de meerwaarde van HGD in O.O.O.C.’s illustreren en situeren binnen het veld van de Integrale Jeugdhulp. Ook het concept ‘getrapte diagnostiek’ wordt geïntroduceerd en gelinkt aan samenwerkingsverbanden. 

  • Naadloze trajecten in de jeugdzorg: tous ensemble !

Auteur : Birgit Claikens

Coauteurs : Paul Verbiest, Maarten Peeters, Kris Vanhoof

Er is een sterk geloof dat de tijdige inzet van een handelingsgericht diagnostisch proces de ontwikkeling van ernstige problemen kan helpen voorkomen. Daarnaast wordt de waarde dit model soms vergeten. Zo wordt de inzet van een module diagnostiek vanuit jeugdpsychiatrische hoek in het “Hulpprogramma gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren” als belangrijk(st) onderdeel gezien. De OOOC’s zien de kans om de modules handelingsgerichte diagnostiek en de module diagnostiek vanuit jeugdpsychiatrische hoek in een functionele verbinding te brengen. In de gedachtegang van “Eén gezin/één plan” en het voornemen om expertise tijdig en in combinatie met andere partners ter beschikking te stellen, organiseert de hulpverlening zich op dergelijke wijze dat er een coherent plan wordt opgesteld samen met de jongere en het gezin. In sommige situaties kan vraagverheldering vlot verlopen terwijl het in bepaalde gevallen nodig zal zijn om een meer diepgaand zoekproces  te doorlopen vanuit verschillende invalshoeken en in samenwerking met verschillende disciplines. Het streven is om trajecten voor kinderen, jongeren en gezinnen zonder breuken te laten verlopen. Dit is lang niet evident. De OOOC’s  evalueren tijdens hun traject met gezinnen continu of het aangewezen is om externe disciplines te betrekken in het onderzoek: de kinder- en jeugdpsychiatrische discipline, de drughulpverlening, disciplines die meer gespecialiseerd zijn in vluchtelingenproblematiek …. In deze bijdrage wordt mee vanuit het perspectief van de cliënt gekeken naar samenwerking tussen verschillende werkvormen en diagnostische settings. Met ruimte voor discussie wordt de plaats en meerwaarde van het O.O.O.C hierin gesitueerd.  

  • Inspirerende samenwerking: innovatief en rechtstreeks toegankelijke diagnostiek.

Auteur : Maarten Peeters

Coauteurs : Paul Verbiest, Birgit Claikens, Kris Vanhoof

De OOOC’s hebben verschillende projecten in samenwerking met het Agentschap Jongerenwelzijn om hun aanbod diagnostiek rechtstreeks ter beschikking te stellen in situaties waar de ontwikkeling of ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren onder druk komen te staan. Er is immers een sterk geloof dat een tijdige inzet van een handelingsgericht diagnostisch proces de ontwikkeling van meer ernstige problemen kan helpen voorkomen. Vroegtijdige detectie en vroege (diagnostische) interventies dragen bij tot een preventieve aanpak waardoor ernstige moeilijkheden vermeden kunnen worden of waardoor een negatieve spiraal van psychosociale problemen doorbroken kan worden. Enkele O.O.O.C.’s ontwikkelden innovatieve projecten waarbij  opgebouwde expertise en knowhow beschikbaar komt voor de eerste lijn: CLB, 1 gezin 1 plan, het CAW,…  De kernopdracht van deze innovatieve projecten behelst het samen op zoek gaan naar gepaste antwoorden bij zorgen over de ontwikkeling en kansen van kinderen. In deze bijdrage bieden we een inspirerend overzicht van nieuwe en soms onverwachte samenwerkingsverbanden.

  • Crisishulp ingebed in trajecten en samenwerking

Auteur : Kris Vanhoof

Coauteurs : Maarten Peeters, Paul Verbiest, Birgit Claikens

In hulpverleningstrajecten met kinderen, jongeren en gezinnen, worden we regelmatig geconfronteerd met crisissen die zich op verschillende manieren kunnen aftekenen. Erg vaak is er dan nood aan ondersteuning en opvang in een gepaste setting.  Als de gepaste modules vlot beschikbaar kunnen zijn, kunnen lopende trajecten gedeblokkeerd, ondersteund en/of verstevigd worden. Hier liggen nog onbenutte kansen voor het versterken van hulpverleningstrajecten door verschillende partners in een functioneel en werkbaar verband te brengen.  De voorbije jaren werd er door de overheid ingezet op het ontwikkelen en versterken van crisisopvang en begeleiding.  De O.O.O.C.’s maken vanuit hun kernopdracht en eigenheid deel uit van de regionale  crisisnetwerken. De praktijk leert dat crisishulp nog te weinig geïntegreerd deel uitmaakt van handelings- en hulpverleningstrajecten. Hierdoor blijven er voor kinderen, jongeren en gezinnen kansen liggen. In deze bijdrage linken we crisisbegeleiding aan de diagnostische cyclus en trachten we dit positief te vertalen naar mogelijkheden en kansen in de samenwerking.        

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP2 ADOLESCENTEN met ASS in OPNAME

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N1 - GA1

Contactpersoon : Veerle Verdonck

Organisatie : Kliniek Sint - Jozef Pittem, centrum voor psychiatrie en psychotherapie - Zorgprogramma Jeugd - Eenheid jeugd kortverblijf en jongvolwassenen

Adolescenten met ASS: zoeken naar verbinding, maar ook kans bieden om los te laten. Hoe pakken we dit aan binnen een residentiële setting?

Auteur inleiding : Dr Geert Everaert - hoofdgeneesheer

Inleiding :

Veel jongeren met ASS bereiken op een vrij stabiele manier de adolescentie vanuit betrokken ouders (kangoeroemodel) en eventuele aanvullende hulpverlening. De ontwikkelingstaken in de adolescentie stellen jongeren echter voor grote uitdagingen waarbij de jongere en zijn omgeving soms even vastlopen. Vertrekkende uit het zorgprogramma Jeugd (eenheid jeugd kortverblijf en eenheid jongvolwassenen) van Kliniek Sint Jozef te Pittem bouwden we doorheen de jaren expertise op rond autismespectrumstoornissen binnen een psychiatrisch ziekenhuis. In dit symposium nemen we jullie mee in een aantal specifieke thema’s die hierbij aan bod komen. Samenwerking met ouders, school en hulpverlening is hierbij een belangrijke pijler. Daarnaast laten we adolescenten zelf aan het woord via videofragmenten hoe zij zaken beleven.

  • ASS in een crisisopname: hoe verder na een crisis?

Auteur : Sophie Ledoux - crisisnavigator eenheid Jeugd Kortverblijf

Binnen de WINGG werking worden er twee crisisbedden aangeboden op de eenheid Jeugd Kortverblijf waarbij regelmatig jongeren met een diagnose ASS vanuit crisissituaties terecht komen bij ons. Bij de aanmelding geeft de context en het hulpverleningsnetwerk aan dat er bezorgdheid is rond extreme suïcidaliteit, agressie, vastlopen op het schoolse traject,…. In deze bijdrage stellen we jullie voor waarop jongeren vaak vastlopen, hoe we hiermee op korte termijn aan de slag kunnen en we zetten in op het verruimen van hun eigen visie en deze van de context.  Bij dit alles is de impact van het netwerk groot en belangrijk om mee aan de slag te gaan. Een korte opname kan helpen om de eigen krachten terug aan te spreken.

  • Meisjes en ASS: out of the box denken.

Auteur : Evelien Dejonckheere - verpleegkundige eenheid Jeugd Kortverblijf

Op de eenheid Jeugd Kortverblijf zien we meisjes met de diagnose ASS waarbij ze vastlopen op adolescentaire thema’s (zelfbeeld, relaties, sociale interacties,…). Doorheen hun kindertijd evolueren meisjes anders waardoor de kenmerken van ASS zich op een andere manier manifesteren. In de vroege adolescentie staan ze voor een aantal ontwikkelingsmijlpalen die hen uit evenwicht brengen waarbij er gedragsproblemen (eetproblematiek, blokkeren op school, su?cidegedachten, conflicten thuis,…) op de voorgrond komen en een opname zich opdringt. Deze doelgroep vergt een aangepaste aanpak afgestemd op hun specifieke beleving en noden.  In deze bijdrage schetsen we de verschillen met de begeleiding van jongens met ASS en hoe ze ons uitdagen in out of the box denken. We vertalen dit naar de context en zoeken de sterktes op binnen systemen en netwerken om hun identiteitsontwikkeling te faciliteren.

  • ASS in de transitie leeftijd: van kangoeroezorg naar zelfstandigheid.

Auteur : Veerle Verdonck - Bachelor toegepaste psychologie eenheid Jeugd Kortverblijf en jongvolwassenen

In de transitieleeftijd vormt de stap naar (jong)volwassenheid een sterke uitdaging om te komen tot een stabiel functioneren op verschillende terreinen (sociaal, wonen, daginvulling, hulpverlening, relatie,…). Hierbij is de samenwerking met de context (o.a. gezin, hulpverlening, partner,…) in alle aspecten essentieel. Het vergt binnen de therapie een specifieke aanpak om de ontwikkelingstaken te ondersteunen rekening houdend met de autismespectrumstoornis. Er is een verschuiving nodig van het kangoeroemodel naar ruimte voor individuatie, separatie en uitgroeien tot een stabiele volwassene binnen de eigenheid van hun functioneren.  In deze bijdrage willen we onze ervaringen graag met jullie delen in het werken met deze specifieke doelgroep.

  • ASS en de context  : Balanceren tussen vasthouden en loslaten…

Auteur : Isabel D'hont - Afdelingpsycholoog Eenheid Jeugd Kortverblijf en jongvolwassenen

Binnen onze werking is het betrekken van ouders en bredere context een absolute voorwaarde om aan de slag te kunnen gaan.  We zien dat ouders van jongeren met een ASS-problematiek nood hebben aan psycho-educatie rond de verschillende ontwikkelingstaken van hun adolescent en de bijhorende conflicten en moeilijkheden.  Daarnaast merken we ook dat het belangrijk is om hen te ondersteunen in het individuatie-separatie proces van hun kind, ze moeten mee evolueren vanuit het kangoeroe-model naar een meer loslaten en experimenteren (binnen de persoonlijke mogelijkheden van de jongere).  Om dit proces te ondersteunen werken we naast gezinstherapie ook met oudergroepen, waarin ouders elkaar steunen en ervaringen kunnen uitwisselen.  We geven jullie binnen deze bijdrage graag een inkijk op onze aanpak hierrond.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP6 LIGANT, ZIJ VERBINDEN

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N1 - GA2

Contactpersoon : Veerle Umans

Organisatie : Ligant

Ligant, zij die verbinden.

Auteur inleiding : Veerle Umans

Coauteurs : dr. Pieter Cuypers

Inleiding :

De hoeveelheid van organisaties en nieuwe initiatieven en de complexiteiten van de geestelijke gezondheidsproblematieken groeien ons boven het hoofd. Samenwerken in netwerken is het antwoord. In de hoeveelheid van de verschillende soorten netwerken (eerstelijnsnetwerken, ziekenhuisnetwerken, volwassen GGZ, netwerken GGKJ, intersectorale netwerken, IROJ, Huizen van het Kind,…) wordt het echter soms nog moeilijk om net te werken en het overzicht te houden. De basis blijft echter goede zorg voor kinderen en jongeren met een psychische kwetsbaarheid te organiseren. Gezien iedere organisatie, zijn eigen kracht, focus en grenzen heeft en kinderen en jongeren soms meer nodig hebben, lijkt samenwerking essentieel om tot een kwaliteitsvolle, multidisciplinaire benadering te komen. Het is zoeken naar samenwerken omwille van het anders zijn, doorheen het anders zijn. In dit symposium willen we aan de hand van een aantal concrete initiatieven duidelijk maken hoe wij binnen ons netwerk Ligant – wat zoveel betekent als “zij die verbinden” – samenwerken. Steeds vertrekkend vanuit de noden en vraag van het kind, de jongere en zijn context. Hoe gaan we andere organisaties verleiden, verbinden en/of verankeren in de zorg? Hoe gaan we mentalisatieruimte creëren, mentalisatie stimuleren? Hoe maken we gespecialiseerde zorg meer toegankelijk door verbinding te zoeken met de eerstelijn? In dit symposium zal aan de hand van videoboodschappen van kinderen en jongeren, quotes van ouders eveneens hun ervaringen met en over de verschillende initaitieven worden gedeeld.

  • Er moet een plek zijn!  Observatorium als netwerkmethodiek voor cliënt en hulpverleners.

Auteur : Hilde Seys

In deze bijdrage willen we het ‘Observatorium’ als netwerkmethodiek  in Limburg voorstellen en hoe dit een mentaliserende, groeibevorderende plek kan zijn voor de cliënt en alle betrokken hulpverleners. We laten hierbij een Hilde Seys, een deelnemer van deze netwerkmethodiek zelf aan het woord.   Samen met haar collega’s stelt ze vast  stellen dat  hulpverleningstrajecten rond zeer jonge kinderen in verontrustende situaties vaak uiterst moeizaam verlopen: de kinderen schakelen veelvuldig en zonder continue overgangen naar en tussen verschillende contexten  en instanties. Hulpveleners botsen we op onze eigen limieten.  Daarom is een focus op integraal overleg en afstemming rond jonge kinderen noodzakelijk.  Tijdens de bijéénkomsten geven we op casusniveau adviezen rond het meest wenselijke en stabiele hulpverleningstraject voor het jonge kind en de ouders.  De gehechtheidstheorie en een in Limburg ontwikkelde leidraad rond moeilijke beslissingen in verontrustende situaties helpen hierbij.  Het gaat immers om “ uitdagende” gezinnen en situaties die het hechtingssysteem activeren van professionals uit diverse sectoren.Verschillen in visie en methodiek komen naar boven.  Het constructief kunnen en willen omgaan met deze verschillen en het zoeken naar een consensus is eveneens een aandachtspunt van deze groep.

  • Hechtingsgericht werken met de residentiële jeugdhulp.

Auteur : Ingrid Delameillieure

Coauteurs : dr. Jan De Corte

Leefgroepen in de jeugdhulp worden vaak uitgedaagd in de zorg voor kinderen met een kinderpsychiatrische problematiek. In de praktijk lijkt de vraag van leefgroepen naar ondersteuning meestal te kaderen in de aanpak van kinderen met ernstige kwetsuren in de gehechtheid, al dan niet in combinatie met een ontwikkelingsstoornis.  De inschakeling van een externe ondersteuner start meestal vanuit een emotionele overspoeling bij de leefgroepbegeleiding en de vraag om het mentaliserend vermogen van de begeleiding terug te activeren. Een eerste insteek bij de ondersteuning van leefgroepen betreft vaak psycho-educatie over gehechtheid bij kinderen en het herkennen van hechtingsdynamieken in de leefgroep.  Daarnaast hebben de ondersteunende gesprekken met de leefgroep als doelstelling om de leefgroep opnieuw op het spoor van een veilige context te krijgen. Enerzijds betekent dit investeren in basisveiligheid (duidelijkheid, voorspelbaarheid, betrouwbaarheid, continuïteit) en anderzijds het in relatie blijven staan met het kind of de jongere. Op deze manier wordt er gezocht naar mogelijkheden voor het kwetsbare kind om een gevoel van basisveiligheid te ontwikkelen en hechte, veilige relaties uit te bouwen.  Het mobiele care team van het netwerk Ligant heeft een aanbod om volgens het bovenstaande model ondersteuning aan te bieden. Om het proces van leefgroepondersteuning regelmatig te evalueren, maken we gebruik van feedback gestuurde vragenlijsten. De doelen van de leefgroep worden op deze manier vastgehouden en de methodiek van ondersteuning wordt blijvend afgestemd. We illustreren ons aanbod en het feedbackgericht werken aan de hand van enkele quotes en evaluaties die uit een leefgroep naar voor kwamen.

  • Codia, krachten gebundeld voor diagnostiek.

Auteur : Anke De Wel

Coauteurs : dr. Ann Gabriëls

Het zorgcircuit kinderen & jongeren LITP richt zich op kinderen van 2 tot 18 jaar met een geestelijke gezondheidsproblematiek en/of een ernstige psychosociale problematiek. Personen met een ernstige problematiek die kwetsbaar staan in de maatschappij (financieel minder draagkracht) hebben prioriteit.  In het diagnostisch team worden complexe diagnostische vragen opgenomen waarbij de expertise/kracht van zowel het CGG als het CAR gebundeld wordt voor een multidisciplinaire benadering van hulpvraag en zorg.Voor het diagnostisch team komen kinderen en jongeren in aanmerking met een complexe problematiek d.w.z. dat er op niveau van jongere en/of context sprake is van een ‘meervoudige’ zorg. Het gaat over kinderen en jongeren en hun context die nood hebben aan gespecialiseerd diagnostiek waarbij een differentiaal diagnostische perspectief dient gehanteerd te worden bij een vermoeden van een aantal (complexe) problematieken: ASS, hechting, persoonlijkheidsproblemen, ADHD, emotionele problematieken, verstandelijke beperking.  Uitgangspunten: •We zorgen voor een transparant traject voor de cliënt, voor de verwijzer en binnen de organisatie en installeren dit binnen een redelijke termijn voor de cliënt. •We vermijden versnippering van het aanbod en zorgen voor uniformiteit met een doelgerichte inzet van de afdelingsspecifieke competenties en expertise. •We investeren in handelingsgerichte diagnostiek waarbij op verantwoorde wijze een sterkte/zwakte analyse gemaakt wordt van specifieke functies. De ervaring van gezinnen over deze werking wordt aan de hand van quotes gedeeld.

  • Connecteren met jongvolwassenen rond hun middelengebruik.

Auteur : Bianca Vrolix

Coauteurs : medewerkers vroeginterventie verslaving Connect netwerk Ligant ( CAD/Katarsis)

Alcohol- en druggebruik is gekend als een geestelijke gezondheidsproblematiek met een hoog aantal YLD’s (Years Lived with Disability). Focus op preventie en vroegdetectie- en interventie is daarom erg noodzakelijk. Om vroegdetectie van middelengebruik te realiseren werd binnen het netwerk Ligant ingezet op samenwerking met politie, parket, spoedgevallendiensten, jeugdhulp en onderwijs.  Vroeginterventie verslaving wil werken rond bewustwording, ondersteuning en verwijzing, nog voor er sprake is van een concrete hulpvraag. De doelgroep zijn jongeren van 12 tot 23 jaar waarbij sprake is van experimenteel, beginnend riskant of beginnend problematisch alcohol- of druggebruik. De scharnierleeftijd van 16 tot 23 jaar is zeker wat betreft middelengebruik een belangrijke focus. De jongeren worden met heel wat uitdagingen in hun ontwikkeling geconfronteerd, de invloed van ‘peers’  wordt sterker en de ouderlijke monitoring vermindert.  De doelstelling van dit aanbod is motiveren tot verandering en het beperken van de risico’s van gebruik door in groep of individueel na te denken over de betekenis en de gevolgen van alcohol- of druggebruik. Via uitwisseling en discussie met leeftijdsgenoten willen we jongeren laten nadenken en hen laten bewust worden van hun alcohol/druggebruik en de gevolgen daarvan. Tijdens het traject komt een bewoner van Katarsis spreken over zijn verslaving en zijn ervaring met herstel. Daarnaast worden jongeren geïnformeerd over druggerelateerde thema’s zoals effecten, risico’s, proces van verslaving, wetgeving etc.  Binnen deze bijdrage  willen we stilstaan bij onze eerste ervaringen in het werken met jongeren in de transitieleeftijd. We gaan in op huidige samenwerkingsverbanden op verschillende niveaus ‘good practices’ en de uitdagingen die we tot op heden hebben mogen ondervinden. Een getuigenis door een jongvolwassenen over het vroeginterventietraject zal via een filmpje worden ingebracht.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP11 10 JAAR LUK

Dinsdag 17/09/2019 11:50 O&N2 - BMW5

Contactpersoon : Liesbet Van Canneyt

Organisatie : UPC Z.ORG KULeuven - MPK

Leuvense Urgentie Kinderpsychiatrie (LUK) bijna 10 jaar: ervaringen en reflecties.

Auteur inleiding : Liesbet Van Canneyt

Coauteurs : Dr Hanne Delbroek

Inleiding :

De Leuvense Urgentie Kinderpsychiatrie (LUK) nam in 2010 een start als proefproject om te voorzien in residentiële crisishulp voor jongeren en hun context. In een poging een antwoord te bieden op de stijgende toename van kinderpsychiatrische crisissen op de spoedgevallendienst, vormde MPK Leuven 8 bedden om tot “urgentiebedden”. Doelstelling was om een onmiddellijk, rechtstreeks toegankelijk en kortdurend zorgaanbod te kunnen bieden voor de jongeren en hun context in crisis. Sinds 2015 maakt de LUK als residentiële partner deel uit van het Yuneco Crisisnetwerk. Binnen dit netwerk van sector-overschrijdende crisishulp aan kinderen, jongeren en hun context streeft men ernaar dat iedere jongere in crisis het aanbod krijgt dat het beste aansluit bij de vraag.  In dit symposium zoomen we uit en kijken we terug op onze ervaringen en op de weg die wij aflegden in ons denken en werken met jongeren en gezinnen in crisis binnen een residentiële setting.   We zoomen ook in en gaan dieper in op de specificiteit van crisiswerk. Welke processen onderscheiden crisiswerk van het “reguliere” therapeutisch werk? Vanuit het ergotherapeutisch en psychotherapeutisch zorgaanbod in de LUK en vanuit de praktijk van het leefgroepwerk trachten we de specificiteit van het crisiswerk af te lijnen en te verhelderen.

  • Residentieel werken met urgentie en crisis: ervaringen en reflecties van een crisisteam.

Auteur : Liesbet Van Canneyt

Coauteurs : Dr Hanne Delbroek

In de evolutie van de LUK als proefproject binnen crisiszorg tot de LUK als partner binnen het Yuneco-crisisnetwerk, werden wij geconfronteerd met een complexiteit en specifieke uitdagingen, eigen aan deze doelgroep. Om hier zorgvuldig op te kunnen inspelen, werden wij gedwongen onze visie en onze werking steeds verder te verfijnen.  In dit symposium willen we onze globale ervaringen en reflecties over dit proces delen: Welke tendensen stellen wij vast binnen (crisis)hulpverlening? Welke evoluties maakten we door in het denken over crisis? Welke uitdagingen kwamen we als crisisteam tegen en welke valkuilen hebben we ervaren? Waar vonden we als team krachten en steunpunten? Wat heeft ons verrast? Waar botsten we tegen aan? Wat leerden wij over zelfzorg om dit intensieve werk te kunnen blijven dragen? Welke zijn onze ervaringen met het samenwerken, zowel met de partners binnen het netwerk als daarbuiten?

  • Psychoanalytisch werken op een crisisafdeling: uitdaging of kans?

Auteur : Lena Vannieuwenborg

Bij crisiswerking denkt men doorgaans aan kortdurend werken, in het hier-en-nu, met een meer actieve therapeut die eerder concreet werkt. Het werken met jongeren in crisisopname wordt doorgaans niet geassocieerd met een psychoanalytisch kader, waarbij vaak net aan het tegenovergestelde gedacht wordt. Het één hoeft het ander echter niet uit te sluiten. In deze uiteenzetting vertellen we graag hoe het psychoanalytisch kader en - denken in ons werken met de patiënten aanwezig is en op welke manier deze van waarde is voor ons denken in én over de crisis. Concepten als mentalisatie, holding, containment, spiegeling, defensiemechanismen zijn daarbij erg belangrijk en zullen we op een bevattelijke manier proberen illustreren aan de hand van voorbeelden uit ons dagelijkse (crisis)werk.

  • Ergotherapeutisch werken via KAWA-model binnen het crisiskader.

Auteur : Niki Jeannin

Het Kawa (Japans voor rivier) -model gebruikt een heel gewone metafoor uit de natuur als een effectief instrument om de subjectieve standpunten rond het zelf, het leven, het welbevinden en de zin van alles te vertalen. De gemakkelijk te begrijpen metafoor, zowel voor de therapeut als voor de jongere, en het gemak waarmee het referentiekader toegepast kan worden, maken van dit model een effectief en hoogst relevant instrument voor een alsmaar groter wordende diversiteit aan jongeren. Als wordt gekeken naar de vorm van redeneren wordt duidelijk dat het Kawa model vooral het narratief redeneren ondersteund. Hierbij wordt er gekeken naar de omgevingsfactoren, de krachten en probleemgebieden die de jongere ervaren.  In deze bijdrage zal aan de hand van praktijkvoorbeelden geïllustreerd worden hoe dit model een werkbaar kader biedt om samen met de jongere uit te zoomen, de crisis te exploreren en te zoeken naar steunpunten om vanuit de crisis beweging en groei te initiëren.

  • Het werken met jongeren binnen een crisisgroep.

Auteur : Sarah De Klerk

Coauteurs : Freija Rchaidia 

Het werken met jongeren binnen een crisisgroep stelt het leefgroepbegeleidingsteam voor enkele specifieke uitdagingen. Eigen aan leefgroepwerking binnen een crisiskader zijn immers de snel wisselende groepssamenstellingen en -dynamieken, de hoge emotionele intensiteit van het werk, het hoge werktempo, de grote druk… Het creëren van veiligheid en stabiliteit binnen dergelijke weinig voorspelbare, soms moeilijk controleerbare context, vergt van de begeleiding een extreem vermogen tot flexibiliteit in het voortdurend afstemming zoeken tav de jongeren,  maar eveneens een stevigheid om de hoogintensieve processen die zich in de groep tussen de jongeren afspelen te kunnen containen en structureren. De leefgroepbegeleiding gaat in deze bijdrage dieper in op welke accenten zij leggen in hun basishouding in het werken met deze jongeren in crisis, welke hun specifieke bijdrage is in het realiseren van de doelstellingen van de crisisopname en wat zij ervaren als uitdagingen binnen het werken in deze context.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP12 SUICIDEPREVENTIE en CRISISOPNAME

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N1 - GA3

Contactpersoon : Mieke Kunnen

Organisatie : Z.org UPC KU Leuven, Campus Kortenberg - Beaufort

Suïcidepreventie tijdens een crisisopname.

Auteur inleiding : Mieke Kunnen

Inleiding :

Suïcidaliteit is een veelvoorkomende aanmeldingsreden voor een crisisopname. Deze problematiek roept een gevoel van urgentie – en vaak ook angst – op bij zowel de context als hulpverlening. Hoewel veiligheid prioritair is, blijft het belangrijk om – in de mate van het mogelijke – ook verantwoordelijkheid bij de jongere te leggen. Hiertoe is het belangrijk om het suïcidale proces in kaart te brengen, het suïciderisico in te schatten, een veiligheidsplan op te stellen en zowel context als hulpverlening hierin te betrekken. Dit symposium handelt over de implementatie van suïcidepreventie op een crisisafdeling voor jongeren. Hierbij wordt stilgestaan bij de diagnostische fase en de implicaties hiervan naar beveiliging toe zowel op de afdeling als binnen de thuiscontext.

  • Suïcidepreventie: diagnostiek.

Auteur : Mieke Kunnen

Om veiligheid en interventies goed te kunnen afstemmen op de zorgnood, proberen we zo goed mogelijk het suïcidaal proces in kaart brengen. Dit gebeurt aan de hand van de C-SSRS (Columbia-Suicide Severity Rating Scale). Op basis van verdere informatie uit gesprekken en observaties proberen we een structuurdiagnose te bekomen met alle factoren die een rol spelen in de suïcidaliteit. Hieruit kunnen we een risicotaxatie opstellen met zowel risicofactoren als protectieve factoren die de basis vormen voor een onderbouwd veiligheids- en behandelbeleid.

  • Suïcidepreventie: het vroegsignaleringsplan.

Auteur : Danny Moins

Suïcidaliteit komt vaak niet uit het niets. Het is iets dat gradueel opbouwt.  Welke situaties, contacten, uitspraken of conflicten brengen bij een jongere hevige emoties teweeg? Hoe ziet de context in welke emotionele toestand de jongere zich bevindt? Vanaf welke fase zijn er suïcidegedachtes aanwezig? En vooral: wat kan zowel de jongere als de omgeving doen om wederom rust te vinden? Dit zijn vragen waar een vroegsignaleringsplan antwoorden op probeert te zoeken.  Het is een proces van samenwerking, waarin de jongere niet alleen zelf aan de slag moet, maar ook de context en hulpverlening een plaats krijgen. Het is eveneens een project dat nooit af is. Doorheen het opstellen en toepassen van dit plan kunnen er steeds opnieuw nieuwe inzichten naar boven komen. Deze vragen onderzoeken leidt tot heel wat antwoorden die preventief inwerken op groeiende suïcidegedachtes van een jongere, en in een vroeg stadium al de nodige betrokkenheid en hulp kan voorzien.

  • Suïcidepreventie en gezin.

Auteur : Femke Migerode

Verbondenheid is de belangrijkste protectieve factor in suïcidaliteit. Suïcidale jongeren hebben echter vaak de neiging om alleen te blijven met hun moeilijke gedachten en gevoelens. Er is regelmatig sprake van emotioneel isolement en – sporadisch - zelfs actieve onthechting. Jongeren proberen hulpverleners soms mee te trekken in geheimhouding naar ouders toe door te wijzen op beroepsgeheim. Op Beaufort proberen we openheid te creëren om de suïcidaliteit bespreekbaar te maken. De structuurdiagnose en risicotaxatie worden in gezinsgesprek gebracht, waarbij er een evenwicht wordt gezocht tussen beroepsgeheim en meldingsplicht. Hierdoor wordt er gepoogd om de verbondenheid indien nodig te verstevigen en de context mee te betrekken in de beveiliging.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP15 GGZ en maatschappij

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N2 - BMW6

Auteur inleiding : Tom Vansteenkiste, zorginhoudelijk coördinator, vzw DeLink, coördinator, HerstelAcademie SaRA

Inleiding :

Vanuit een streven naar een meer integrale zorg, zien we dat ook in de geestelijke gezondheidszorg er in toenemende mate wordt samengewerkt met partners buiten de eigen sector. Dit is een belangrijke evolutie die wordt aangedreven door een beleid dat in de richting gaat van een vermaatschappelijking van de zorg. Door het binnenlaten van een externe blik ontstaan er interessante ontmoetingen, innovatieve projecten en worden nieuwe vormen van therapie, expertisedeling en interventies zichtbaar. Tijdens deze sessie komt u meer te weten over drie van de beste voorbeelden van samenwerking tussen de geestelijke gezondheidszorg met andere maatschappelijk domeinen. Een creatieve wisselwerking tussen een ziekenschool en hedendaagse kunst, stedelijke groene ruimtes als bronnen van mentale gezondheid bij kinderen en jongeren, én een herstelgerichte aanpak met cultureel erfgoed.

  • Showing Off.

Auteur : Eline Hendrickx

De Leerexpert Ziekenhuisschool

Met ons kunstproject willen we de wereld van de leerlingen van de ziekenhuisschool versmelten met die van de hedendaagse kunst(enaars) en omgekeerd. Deze creatieve wisselwerking mondt uit in een tentoonstelling in het M KHA. Door de werken tentoon te stellen willen we bijdragen aan de positieve beeldvorming rond psychische kwetsbaarheid. Ieder jaar brengen wij werken uit het M HKA naar onze school. Nadien geven echte kunstenaars workshops op de afdelingen. Het is prachtig om te zien hoe zij opgaan in het dansen, schilderen, naaien, etsen, juwelen smeden,... De jongeren van onze doelgroep hebben vaak een erg laag zelfbeeld, en we een project zoals het onze geeft hun zelfvertrouwen een boost. De kunstenaars ervaren van hun kant dan weer een erg hoge betrokkenheid bij onze leerlingen. Het orgelpunt van dit project is de vernissage in het M HKA waar leerlingen, leerkrachten, ouders, kunstenaars, hulpverleners, artsen, ... aanwezig zijn. De verwondering en trots die we daar zien in het Antwerpse museum ontroert ons en andere aanwezigen elk jaar weer opnieuw...

  • De invloed van groene ruimtes op de mentale gezondheid van kinderen en jongeren: een systematische overzicht van de recente literatuur.

Auteur : Gert-Jan Vanaken

KU Leuven - Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek

Welke invloed hebben stedelijke groene ruimtes zoals parken, speel-en sportveldjes en stadsbossen  op de mentale gezondheid van kinderen en jongeren? In tijden van verstedelijking, bevolkingsgroei, klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, krijgt deze vraag de afgelopen jaren heel wat wetenschappelijk aandacht. In deze systematische literatuurstudie voorzien we een overzicht van 21 recente, observationele studies die de relatie tussen geobjectiveerde blootstelling aan groene ruimtes en geestelijk welzijn, mentale gezondheidsproblemen en ontwikkelingsmoeilijkheden bij kinderen en jongeren nagaan. Op consistente wijze vinden we een gunstige associatie tussen blootstelling aan groene ruimtes en emotionele en gedragsmoeilijkheden bij kinderen. Deze associatie blijkt in het bijzonder sterk voor hyperactiviteit en aandachtsproblemen. Een meer bescheiden hoeveelheid evidentie suggereert verder een gunstige associatie tussen groene ruimtes en parameters van geestelijk welzijn en depressieve klachten bij zowel kinderen als jongeren. Ook na correctie voor potentieel verstorende variabelen zoals demografische en socio-economische parameters, blijven deze gunstige associaties behouden, hetgeen een onafhankelijke link suggereert. We bespreken mogelijke verklaringsmechanismen voor de beschreven associaties en voor de variabele effecten per leeftijdsgroep. Op basis van de beschreven evidentie, formuleren we pistes voor verder onderzoek en zetten we het belang van groene ruimtes voor kinderen en jongeren in de verf, in het licht van actuele maatschappelijke uitdagingen.

  • Veerkrachtig met cultureel erfgoed.

Auteur : Bart De Nil

In 2015 organiseerde FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, een kleine workshop over erfgoed en dementie. Dit groeide gestaag maar zeker uit tot de publicatie- en vormingsreeksen ‘Erfgoed en Dementie’ (2015), ‘Meer dan Erfgoed. Erfgoedcollecties, gezondheid en welzijn’ (2016) en ‘Hoe creëer je een autismevriendelijk museum’ (2017). Hierop verder bouwend zette FARO samen met verschillende partners uit de cultureel-erfgoed- en zorgsector enkele langetermijnpiloottrajecten op. Al deze trajecten focussen op het inzetten van erfgoedcollecties om het welzijn en de gezondheid van mensen te verbeteren én op het meten en evalueren van de gerealiseerde impact. Door trial and error, wat eigen is aan het werken in de praktijk, is het de bedoeling om met deze piloottrajecten heel wat ambitieuze uitkomsten te bereiken die verder gaan dan eenmalige projectresultaten. FARO heeft zich als doel gesteld om eind 2019 te landen met een generieke toolset en een trainingsaanbod voor cultureel-erfgoed- én zorgactoren. Het merendeel van de piloottrajecten werden opgezet met partners uit de geestelijke gezondheid. Zoals PC Karus in Melle, Herstelacademie Antwerpen, PC Sleidinge, De Klik in Merelbeke, enzovoort.  In deze presentatie geef ik een overzicht van het programma en de lessons learned van de samenwerking tussen archieven, musea en erfgoedverenigingen met partners uit de geestelijke gezondheidszorg.

De piloottrajecten met de herstelacademie worden ondersteund door ervaringsdeskundigen.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP17 JONGEREN AAN ZET

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N2 - BMW4 

Auteur inleiding : Hans Dieleman

Inleiding : 

Over ervaringsdeskundigheid, veerkracht en het verlagen van drempels.

Er is binnen de zorg al langer een tendens om de stem van de cliënt evenwaardiger te maken aan die van het beleid en de hulpverleners. Ook bij jongeren is hierrond heel wat in beweging. In dit praktijksymposium vertrekken we vanuit een casus over een jongere met een migratie-achtergrond en de nood aan laagdrempelige initiatieven. We geven vervolgens twee praktijkvoorbeelden die hiervoor inspiratie bieden. Ervaringsdeskundige jongeren van Esperto helpen ons tussendoor om de vertaling te maken naar onze eigen positie als hulpverlener.

  • Stigmatisering van psychische problemen bij jongeren met een migratie-achtergrond.

Auteur : Laurence Taillieu - Assistent-specialist in opleiding in de kinder- en jeugdpsychiatrie

UZ Brussel, Kinder- en jeugdpsychiatrie Paika

Coauteurs : Elisabeth Vandewiele - Assistent-specialist in opleiding in de kinder- en jeugdpsychiatrie

Slechts bij de minderheid van de Belgische jongeren met psychische problemen wordt de stap naar hulp gezet. Stigmatisering van psychische problemen blijkt daarbij nog steeds een grote rol te spelen. Door middel van diverse sensibiliseringscampagnes en het installeren van laagdrempelige zorg wordt een inspanning gedaan om psychische problemen meer bespreekbaar te maken en de stap naar hulpverlening zo klein mogelijk te maken.

Maar worden jongeren uit families met een migratie-achtergrond voldoende aangesproken door deze campagnes en acties? Een groep waarbij geweten is dat het risico op psychosociale en psychiatrische problemen verhoogd is? Uit praktijkervaring wordt opgemerkt dat schaamte rond psychische hulpverlening in deze groep nog erg hardnekkig is. Vaak wordt pas beroep gedaan op de hulpverlening wanneer de situatie thuis onhoudbaar wordt, of wanneer een definitieve schorsing op school achter het hoekje schuilt. In deze bijdrage wordt er, aan de hand van een casus, ingezoomd op de verschillende factoren die een rol kunnen spelen in de stigmatisering van psychische problemen in families met een migratie-achtergrond. Daarnaast worden er suggesties geformuleerd om door de samenwerking tussen verschillende organisaties, de drempel voor deze kwetsbare groep te verlagen.

Casus uit de praktijk, met anonieme getuigenis van de moeder van de jongere.

  • De Ideale Hulpverlener!? (door de ogen van jongeren).

Auteur : Klara Smout

Esperto Yuneco (Sana, Céline, An-Sofie, Jasmine, Hanne, Anne, Janne, Stefanie en Ine)

vrijwilligersorganisatie Esperto - Begeleider van de groep Esperto

Graag gaan we met een groep hulpverleners samen aan het denken rond wat de Ideale Hulpverlener kan zijn. We voeren het gesprek vanuit de insteek van de jongeren (18 - 25 jaar) met ervaring in de jeugdhulp. Ook willen we ook de inbreng van de hulpverleners zelf hierbij. Hoe zien zij zelf hun rol als hulpverlener en strookt dit met het beeld van de jongeren. Daarnaast willen we ingaan op de kleine dingen die er gebeuren tijdens een begeleiding waarmee hulpverleners het verschil betekenen en dit zowel in de herstellende richting maar soms hebben deze spijtig genoeg ook een omgekeerd effect.  

  • Jonge Tieners als netwerk - versterken en delen van ervaringsdeskundigheid.

Auteur : Els Roeykens - UPC KU Leuven - Psychotherapeuten - MPK Leefgroep 3 & 5 (jonge tieners)

Coauteurs : Hans Dieleman

In het kader van continuïteit in de zorg voor jonge tieners met een kinderpsychiatrische problematiek organiseren we sinds kort terugkeergroepen tussen en na residentiële opnames. In tegenstelling tot een diagnostische of behandelende insteek, verkiezen we om in deze groepen jongeren elkaar te laten ondersteunen in de drempels die ze tegenkomen in hun eigen context. "Hoe leg ik uit  in de school waar ik was?","Hoe ga ik om met een vader die ik nooit zie?", "Wat doe ik als ik weer ruzie heb met mijn zussen?"" Aan de hand van gesprekstechnieken voor groepen (zoals outsider witness, deelcirkels,...) stimuleren we wederzijdse erkenning, het valideren van gevoelens en het versterken van eigenwaarde.  We delen tijdens deze sessie onze ervaringen in het opstarten van deze groep, we brengen feedback van de jongeren in en maken kritische bedenkingen bij de krachten en valkuilen van dit concept bij de specifieke leeftijdsgroep van de jonge tieners.

Feedback wordt bevraagd bij doelgroep. Getuigenis van een jongere wordt ingebracht.

  • NokNok – een interactief online coaching platform om veerkracht te versterken bij jongeren.

Auteur : Anne Verlinden - Vlaams Instituut Gezond Leven - Stafmedewerker Geestelijke Gezondheidsbevordering

Coauteurs : Veerle Soyez, Naomi Vanlessen

Jongeren ondergaan vele ingrijpende lichamelijke, emotionele en sociale ontwikkelingen, wat hen enerzijds kwetsbaar maakt, maar ook de mogelijkheid biedt om vaardigheden en denkpatronen aan te leren. NokNok (www.noknok.be) is een laagdrempelige online tool om jongeren in staat te stellen zélf hun veerkracht en mentaal welbevinden te versterken. NokNok is gericht op jongeren van 12 tot 16 jaar die zich goed in hun vel willen voelen. Het interactief coaching platform is gebaseerd op recent onderzoek naar protectieve factoren van geestelijke gezondheid en principes uit de cognitieve gedragstherapie. Om de betrokkenheid van jongeren te stimuleren maakt de tool gebruik van gamification-elementen. Het platform is gebaseerd op een spelconcept waarbij jongeren punten verdienen en hun proces kunnen personaliseren. Het traject op het coaching platform begint met het invullen van een zelftest, een klinisch gevalideerd instrument met uitgebreid advies op maat over veerkracht, copingstijl en sociaal netwerk. De adviezen zijn gericht op empowerment, focussen op de aanwezige krachten en moedigen aan waar verbetering mogelijk is. Met meer dan 20 interactieve oefeningen kunnen jongeren online vaardigheden inoefenen rond zelfvertrouwen, optimisme, grenzen stellen, sociale contacten, ontspanning, coping, … In een aparte module concretiseren jongeren gewenst gedrag en werken ze er stap-voor-stap naartoe. Via een dagboekfunctie kunnen jongeren reflecteren en emoties linken aan ervaringen. Er is ook aandacht voor sociaal leren en steun. Via een overzicht van het afgelegde proces kunnen jongeren hun vooruitgang monitoren. In deze presentatie belichten we de werking van het geüpdatet NokNok-platform en enkele eerste bevindingen van de gebruikers van het platform.                              

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP20 Neurologie, Pediatrie, Revalidatie en Psychiatrie hand in hand….

Dinsdag 17/09/2019 11:50 O&N2 - BMW1

Contactpersoon : An De Cock

Organisatie : Revalidatiecentrum Pulderbos

Revalidatie en Psychiatrie hand in hand.

Auteur inleiding : An De Cock

Coauteurs : Perri De Mol, Dr. Katrin Van Herpe, Dr. Kristien Verhaert

Inleiding :

Revalidatiecentrum Pulderbos is een interdisciplinair diagnose-, behandel- en expertisecentrum op gebied van revalidatie voor kinderen en jongeren met een medische problematiek dewelke een belangrijke impact heeft op hun functioneren.  Speerpunten van het centrum zijn neurologische en respiratoire aandoeningen.   Binnen de neurologische afdeling worden vaak kinderen en jongeren aangemeld met de vraag of het geobserveerde probleemgedrag eerder te maken hebben met de neurologische aandoening of eerder toe te schrijven is aan een ontwikkelingsproblematiek.  Een goede differentiaal diagnose tussen epilepsie en autisme door een team dat expertise heeft in beide én het stellen van een dubbele diagnose indien er sprake is van zowel autisme als epilepsie vormt de basis voor behandeling en begeleiding van deze kinderen en jongeren. We lichten toe hoe we binnen Pulderbos de diagnostiek en behandeling van kinderen en jongeren met epilepsie en autisme zien.  Daarnaast biedt het revalidatiecentrum een behandelprogramma aan voor kinderen/jongeren met SOLK, Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (dit verwijst naar lichamelijke klachten die langer dan enkele weken duren en waarbij adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening heeft aangetoond die de klachten voldoende kan verklaren). Specifiek behandelen we in dit symposium het zorgprogramma voor psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA) en motorische conversie binnen Pulderbos.

  • Epilepsie en autismespectrumstoornis gaan vaak hand in hand.

Auteur : An De Cock

Coauteurs : Dr. Kristien Verhaert

Epilepsie en autismespectrumstoornis (ASS) komen vaak samen voor.   Enerzijds is er een verhoogd voorkomen van autisme bij personen met epilepsie, anderzijds zien we bij personen met autisme een verhoogde kans op epilepsie in vergelijking met de doorsneepopulatie.  Verschillende studies spreken over een prevalentiecijfer van 30%.   In de behandeling en begeleiding van deze kinderen is het stellen van deze dubbele diagnose erg belangrijk. Het is echter niet altijd eenvoudig om het onderscheid te maken tussen gedragsuitingen kaderend binnen epileptische aanvallen enerzijds en gedragingen die passen binnen een autisme-problematiek anderzijds. Epilepsie presenteert zich soms enkel door (vaak subtiele) gedragsveranderingen, waardoor het onderscheid met autistisch gedrag niet eenvoudig te maken is.  Bovendien zijn niet alle aanvallen duidelijk klinisch te observeren.  Een goede differentiaaldiagnostiek vormt de basis voor de behandeling en begeleiding van deze kinderen.  Een neurologische én psychiatrische deskundigheid en samenwerking tussen beiden is hierbij noodzakelijk.

  • Psychogene niet-epileptische aanvallen : Neurologie en psychiatrie hand in hand.

Auteur : Dr. Kristien Verhaert

Coauteurs : An De Cock

Revalidatiecentrum Pulderbos biedt een diagnostisch en behandelprogramma voor psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA).    Soms vertonen kinderen aanvallen die sterk op epileptische aanvallen lijken, maar dat niet zijn. Daarnaast kan iemand zowel epileptische als niet-epileptische aanvallen vertonen.  Verschillende biologische kwetsbaarheden, psychologische en sociale factoren spelen hierbij een rol. Daarnaast zijn er factoren die klachten kunnen uitlokken en factoren die klachten in stand houden of verergeren.   In deze lezing wordt stil gestaan bij de etiologie en pathogenese van niet-epileptische aanvallen.   Aan de hand van een casus wordt het diagnostisch en behandelprogramma voor PNEA binnen Pulderbos toegelicht waarbij vaak een samenwerking met een kinder- en jeugdpsychiatrische dienst wordt uitgebouwd.

  • Motorische conversie : Revalidatie en psychiatrie hand in hand.

Auteur : Dr. Katrin Van Herpe

Coauteurs : Perri De Mol

Revalidatiecentrum Pulderbos biedt een behandelprogramma voor kinderen en jongeren met een werkhypothese SOLK, type motorische conversiestoornis. Deze kinderen worden aangemeld met de werkhypothese SOLK met klachten ter hoogte van het bewegingsapparaat, met name trillingen/schokken/opspanningen of het niet functioneel kunnen gebruiken van één of meerdere ledematen. Vaak is er een discrepantie tussen de expliciete, intentionele handelingen en de impliciete automatische bewegingen die meer bewaard kunnen zijn.  De lichamelijke motorische klachten kunnen een sterke impact hebben op het dagelijkse functioneren van het kind, het gezin en zijn/haar context. Verschillende biologische, psychologische en sociale factoren spelen een rol bij het ontstaan, uitlokken en onderhouden van deze klachten. Tijdens de eerste fase van het behandelprogramma worden de verschillende beïnvloedende factoren in kaart gebracht volgens het bio-psycho-sociaal model en het gevolgenmodel. Op basis hiervan worden behandeldoelstellingen bepaald.  Aan de hand van een casus wordt het behandelprogramma toegelicht, met oog op de samenwerking met een kinder- en jeugdpsychiatrische dienst.

  • Samen-werking tussen kinderpsychiatrie - pediatrie (Gastrokidz): screening voor Autisme Spectrum Stoornis (ASS), emotionele en gedragsproblemen bij kinderen met functionele constipatie.

Auteur : Elisabeth Keuleneer- co-assistent kinderpsychiatrie Kidz Health Castle UZ Brussel - pediatrie (Gastrokidz) - kinderpsychiatrie (PAika)

Coauteurs : Prof. Dr. Vandenplas, Dr. Devreker, Dr. Wouters

Functionele Constipatie (FC) komt frequent voor bij kinderen en heeft een belangrijke impact op hun dagelijks functioneren. Een niet te verwaarlozen groep kinderen met FC blijft symptomen vertonen, ondanks de huidige standaardtherapie. De aanwezigheid van onderliggende socio-emotionele problemen, gedragsproblemen of psychiatrische stoornissen zou de therapieresistentie kunnen verklaren. Reeds in eerdere studies werd een hoge prevalentie van emotionele en gedragsproblemen aangetoond. Echter, in de huidige ambulante zorg gebeurt een verder nazicht en doorverwijzing voor deze problematiek pas na een onsuccesvolle standaardtherapie van 6 maanden. Voor gehospitaliseerde patiënten worden de psychosociale factoren reeds bij het eerste contact verder in kaart gebracht door de psycholoog.  Deze studie onderzocht en bevestigde de aanzienlijke prevalentie van sociale beperkingen, emotionele- en gedragsproblemen in de FC-populatie van het Kidz Health Castle UZ Brussel.  Bij het eerste contact met de gastro-enteroloog werd hiervoor gebruik gemaakt van de SRS-2 en Aseba vragenlijsten (CBCL, TRF en/of YSR). Ouderlijke stress en negatieve levensgebeurtenissen werden ook in kaart gebracht a.d.h.v. de Vragenlijst Gezin en opvoeding (VG&O). 29 kinderen (4-18 jaar) en hun ouders namen deel aan onderzoek.  Gezien de hoge prevalentie aan psychische problemen willen wij, aan de hand van dit onderzoek, de nood aan een meer intensieve samenwerking tussen kinderpsychiatrie en kindergastro-enterologie benadrukken. Het is belangrijk meer oog te hebben voor socio-emotionele en gedragsproblemen in deze populatie. Een bondige gedragsvragenlijst als screeningtool vroeg in de diagnostiek van FC zou de kwaliteit van zorg voor deze kinderen kunnen verbeteren.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP21 TRANSCULTURELE TRAUMAZORG voor VLUCHTELINGEN

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N1 - Auditorium

Contactpersoon : Caroline Spaas

Organisatie : Team transculturele traumazorg vluchtelingen - Facultair praktijkcentrum PraxisP - Faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen, KU Leuven

Transculturele traumazorg aan vluchtelingen: van een contextualiserend naar een collaboratief perspectief.

Auteur inleiding : Caroline Spaas

Coauteurs : Lucia De Haene

Inleiding :

Vluchtelingen die zich vestigen in westerse gastlanden na een vlucht van collectief geweld en vervolging, zoeken in de diaspora naar een herstel van veiligheid en toekomstperspectief. Een cluster van chronische, cumulatieve en pervasieve stressfactoren kenmerkt het proces van gedwongen migratie: zowel voor, tijdens als na de vlucht worden gezinnen geconfronteerd met een complex geheel van traumatische ervaringen en ingrijpende stressoren (Lustig et al., 2004). De literatuur toont daarbij een consensus over een verhoogd voorkomen van psychosociale kwetsbaarheid bij vluchtelingenkinderen en -jongeren (Reed et al., 2012). Gegeven de sterk verlaagde zorgparticipatie in geestelijke gezondheidszorg van de doelgroep, is de vraag naar adequate modaliteiten van traumazorg pertinent (Slobodin & de Jong, 2010).   In dit symposium ontwikkelen we enkele kerndimensies van een contextualiserende en collaboratieve benadering van traumazorg aan vluchtelingen en belichten we deze benadering in praktijken van diagnostische beeldvorming, ambulante trauma-therapeutische zorg, school-gebaseerde hulpverlening en semi-residentiële kinderpsychiatrische zorg. Vanuit een contextualiserend perspectief worden lijden en herstel gesitueerd in gezins- en gemeenschapsrelaties, culturele betekenissystemen, en sociale condities in thuis- en gastland. Bijdrage 1 en 2 belichten deze contexualiserende benadering in diagnostische beeldvorming en in ambulante therapeutische praktijk. Vanuit de kernlijnen van een contextualiserende benadering exploreren we de recente ontwikkeling naar collaboratieve zorgmodellen in transculturele traumazorg, waarin de nadruk op de inbedding van lijden en herstel in relationele contexten verder wordt vertaald in laagdrempelige, interdisciplinaire en transcultureel samengestelde zorgnetwerken. Bijdrage 3 en 4 belichten de implementatie van een collaboratief perspectief in school-gebaseerde en kinderpsychiatrische zorg.

  • Ontwikkeling, trauma en diagnostiek in context.

Auteur : Caroline Spaas

Coauteurs : Jean Steyaert, Lucia De Haene

In deze bijdrage situeren we de complexiteit van diagnostische beeldvorming bij (jonge) vluchtelingenkinderen met een schijnbaar verstoorde of atypische ontwikkeling. Als uitgangspunt geldt de vraag naar het diagnostisch onderscheid en/of de interactie tussen een ontwikkelingsstoornis en een ontwikkeling aangetast door traumatische ervaringen en vlucht.   Op basis van concrete casuïstiek formuleren we een voorlopig model met aandacht voor drie dimensies van contextualisering in de diagnostiek van verstoorde ontwikkeling bij kinderen met een geschiedenis van collectief geweld en vlucht. We bespreken meer in het bijzonder het belang van diagnostische aandacht voor dimensies van (i) culturele betekenisgeving, (ii) de gevolgen van traumatisering op de kindontwikkeling en (iii) de impact van trauma, collectief geweld en vlucht op gezinsrelaties. We beargumenteren dat precies deze dimensies hulpverleners actief houvast kunnen bieden in het navigeren binnen de diagnostiek op het kruispunt van vlucht, trauma en ontwikkeling.

  • Een contextualiserend perspectief op transculturele traumazorg aan vluchtelingengezinnen.

Auteur : Lucia De Haene

Coauteurs : Caroline Spaas, Nele Deruddere, Sofie de Smet, Ruth Kevers, Lies Missotten

Vanuit de werking binnen het academisch hulpaanbod in transculturele traumazorg aan vluchtelingen van Facultaire Praktijkcentrum PraxisP (Faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen), schetsen we hoe in de therapeutische praktijk een contextualiserend perspectief het uitgangspunt vormt van het therapeutische proces met vluchtelingen(gezinnen), waarin de therapeutische relatie gericht is op de ondersteuning van gezins- en gemeenschapsrelaties als context voor een herstel van veiligheid en een betekenisvol toekomstperspectief. We belichten een systemische situering van lijden en herstel in de therapeutische relatie, en onderzoeken het werken met (transnationale) gezins- en gemeenschapsrelaties, culturele betekenissystemen en copingstrategieën, en particuliere sociale en maatschappelijke positie van vluchtelingen(gezinnen).    Deze bijdrage vertrekt vanuit concrete casuïstiek, en bouwt op reflecties die werden voorgelegd aan de vluchtelingengezinnen- en cliënten waarmee we werken. Het gepresenteerde materiaal getuigt daardoor van een sterke, meerstemmige gelaagdheid, waarin professioneel klinische en ervaringsdeskundige reflecties met elkaar in dialoog gaan, elkaar uitdagen en aanvullen.

  • Collaboratieve zorg op school voor vluchtelingenkinderen: in partnerschap werken aan traumaherstel en maatschappelijk herstel.

Auteur : Nele Deruddere

Coauteurs : Lucia De Haene

Kinderen met een geschiedenis van gedwongen migratie worden in hun levensverhaal onder meer getekend door ervaringen van georganiseerd geweld, hun vlucht en hun sociale conditie in de gastsamenleving. Ze vormen een kwetsbare groep in westerse gastlanden. Ondanks een verhoogde prevalentie van psychosociaal lijden is de toegang tot hulpverlening voor de doelgroep beperkt. Steeds meer onderzoek onderbouwt dan ook het belang van laagdrempelige toegang tot zorg, door hulpverlening in te bedden in primaire zorgcontexten die deel uitmaken van de maatschappelijke context van het kind en zijn gezin. De school vormt één zo’n context waarbinnen zorg kan worden vormgegeven.   In deze bijdrage bespreken we een Leuvense pilootimplementatie van school-gebaseerde collaboratieve zorg voor vluchtelingenkinderen en hun gezinnen. Daarbinnen staat de uitbouw van laagdrempelige, interdisciplinaire psychosociale ondersteuning van vluchtelingenkinderen in de schoolcontext centraal. We bespreken enkele centrale processen in de werking van collaboratieve zorgnetwerken in het pilootproject en maken daarbinnen expliciet plaats voor de ervaringen van de gezinnen en kinderen die de centrale doelgroep uitmaken van dit project. We illustreren aan de hand van casuïstiek de krachten, uitdagingen en opportuniteiten van de organisatie van collaboratieve zorg op school voor vluchtelingenkinderen. Tot slot werpen we een blik op lopend en gepland onderzoek waarbij we samen met de doelgroep proces- en resultaatindicatoren van het zorgmodel in beeld proberen te brengen.

  • ResCareRefugees: naar een traumasensitief transcultureel behandelingsmodel in de uitbouw van semi-residentiële kinderpsychiatrische zorg voor vluchtelingenjongeren.

Auteur : Lies Missotten

Coauteurs : Lucia De Haene, Jakob Versteele, Marina Danckaerts

Ondanks een verhoogde psychische kwetsbaarheid en een verhoogde prevalentie van psychiatrische beelden (e.g. PTSD, depressie) tonen vluchtelingen en asielzoekers in westerse gastlanden een verminderde toeleiding naar psychosociale hulpverlening (Ellis et al., 2010). Voor de subgroep vluchtelingenkinderen en -jongeren die niet-begeleid of in gezinsverband in westerse gastlanden leven stelt deze problematische zorgparticipatie zich erg scherp (Betancourt et al., 2012): gegeven hun verhoogde psychische kwetsbaarheid vormt een gebrekkige instroom in geestelijke gezondheids- en kinderpsychiatrische zorg een belangrijke risicofactor en is laagdrempelige, cultuur-sensitieve hulpverlening noodzakelijk in de ondersteuning van adaptieve ontwikkeling en sociale integratie (Ehntholt & Yule, 2006; Fazel et al., 2012). De vaststelling van een dergelijk problematische instroom van kwetsbare vluchtelingenkinderen en -jongeren in adequate, kinderpsychiatrische en traumatherapeutische hulpverlening, en van daaruit de analyse van factoren die bepalend zijn voor deze problematisch instroom, vestigen de aandacht op het belang van de uitbouw van gepaste zorg en expertise in het zorglandschap.   In deze bijdrage vertrekken we vanuit de uitbouw van een gespecialiseerd, semi-residentieel kinderpsychiatrisch zorgaanbod voor opvangbegunstigde jongeren met een vluchtelingenachtergrond (ResCareRefugees, met steun van het Europese AMIF en in partnerschap tussen PraxisP & UPC KU Leuven), waarin de uitbouw van transculturele, kinderpsychiatrische en trauma-sensitieve expertise in een gespecialiseerd zorgaanbod, alsook disseminatie van expertise in collaboratieve uitwisseling met zorg- en maatschappelijke partners centraal staan. We bespreken het ontwerp van een behandelingsmodel voor semi-residentiële kinderpsychiatrische zorg voor de doelgroep, en delen ervaringen met betrekking tot de uitbouw van partnerschappen binnen het zorglandschap.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM  SP22 TRANSITIEZORG (onderzoek en praktijk)

Dinsdag 17/09/2019 11:50 O&N1 - GA3

  • IN VIVO en QUO VADIS: transitietrajecten voor schoolverlaters met autisme.

Auteur : Reinhilde (Bo) Boiten & An Bellefroid VZW KIDS - pASSer

IN VIVO en QUO VADIS zijn twee transitietrajecten voor jongeren met autisme. In beide trajecten proberen we de overgang naar de volgende levensfase te faciliteren.We merken in het schools curriculum (12 – 18 jaar) bij de meeste jongeren een vertraagd en uitgesteld ontwikkelingstraject op veel levensdomeinen. De projecten richten zich naar jongeren met verschillende zorgvragen en ondersteuningsbehoeften.

Door af te stappen van het echte schoolsysteem en schoolcontext merken we dat de motivatie en interesse geactiveerd wordt. We proberen de jongeren onder te dompelen in levensechte situaties binnen de domeinen wonen, werken en vrije tijd. Transfer en generalisering van vaardigheden en activiteiten gebeuren vanuit de veilige KIDS-campus, een huis in de stad en vanuit de thuiscontext.

Samen met de jongeren én belangrijke derden uit hun netwerk proberen we creatief na te denken over mogelijkheden en meerdere kansen en alternatieven. De leidraad voor zowel QUO VADIS als IN VIVO is het afstemmen van verwachtingen en vertrekken vanuit de dromen van de jongeren en zijn of haar netwerk. De coach wordt gezien als sleutelfiguur in de procesopvolging van de ik- en wij-doelen gedurende het tweejarig of driejarig traject. We beogen een naadloze overgang naar een veranderende woon- en werkomgeving.

  • Jongvolwassen adolescenten in transitie. Het evoluerende (on)evenwicht tussen realiteit en psychotherapie op de eenheid jongvolwassenen in Pittem

Auteur : Geert Everaert, jeugdpsychiater, kliniek Sintjozef Pittem

In deze workshop zal ik o.a. toelichten waarom 10 jaar geleden de keuze werd gemaakt om de al nadrukkelijk aanwezige groep jongvolwassenen binnen ons ziekenhuis volledig in te bedden binnen het zorgprogramma jeugd. De aanpak die we hanteren, wijkt af van de klinisch psychotherapeutische aanpak die vaak gehanteerd wordt binnen een volwassen setting. Het brein heeft zich nog niet volledig gevormd en biedt nog alle kansen op verandering. Het milieu van de afdeling is anders georganiseerd op vlak van grenzen en structuur. We gaan samen op weg met de jongvolwassene en zijn context binnen een experimenteerruimte vol emotioneel correctieve ervaringen en zoeken evenwicht tussen klinisch residentiële psychotherapie (voelen wat er te voelen valt) en hun zoeken naar een realistisch toekomstperspectief. Een integratieve psychotherapeutische benadering in combinatie met de herstelvisie vormt de rode draad tegen de achtergrond van een specifieke ‘healing environment’ met veel oog voor de realiteit.  Via ervaringsdeskundigheid en continue evaluatie proberen we onszelf in vraag te stellen en zoeken we naar optimalisatie. 

  • KOTlab –  ‘Over muren’

Auteur : Michiel Panis 

De overgang naar volwassenheid is voor heel wat jongeren een geleidelijk en uitdagend proces. Net dan kenmerkt het landschap van de hulpverlening zich door een cesuur. Niet alleen is er het kantelpunt van de jeugdhulpverlening naar het volwassenencircuit, ook organiseert de hulpverlening zich in sectoren zoals bijzondere jeugdzorg, welzijnszorg en geestelijke gezondheidszorg.

Sinds 2018 zijn er in Vlaanderen een aantal woonprojecten uitgebouwd, specifiek voor jongvolwassenen binnen de transitieleeftijd, georganiseerd vanuit organisaties ‘Beschut Wonen’. Het doel is om een intersectorale samenwerking op touw te zetten om deze jongvolwassenen, met vermoeden van psychische en/of systemische moeilijkheden, te ondersteunen en begeleiden in hun groei naar meer zelfstandigheid op verschillende domeinen.

KOTlab is de naam die gegeven werd aan een dergelijk project binnen het netwerk Diletti, Vlaams-Brabant. Vanuit Beschut Wonen stapten De Hulster vzw en Hestia vzw mee in het project. Ze werken nauw samen (voor doorverwijzingen, uitbouwen van beleid en uitwisselen van expertise) met drie vaste partners: het CAW/JAC, De Wissel vzw en Amber vzw.

  • Transitiepsychiatrie in Vlaanderen: past, present, future.

Auteur : Ruud van Winkel

Coauteurs : Marina Danckaerts

In ongeveer drie kwart van de gevallen situeert de eerste manifestatie van psychische klachten zich in de leeftijd tussen 14 en 25 jaar. Bovendien ontwikkelen zich in deze periode bij bestaande kinderpsychiatrische problemen vaak co-morbiditeiten en neemt risicogedrag zoals automutilatie en middelengebruik toe. Desondanks zoeken weinig jongeren hulp, onttrekken zich aan hulp, of raken uit het zicht van de hulpverlening bij de overgang tussen kinder- en volwassenenpsychiatrie. Het systeem is 'op zijn zwakst waar het het sterkst zou moeten zijn', temeer er in deze periode nog veel kansen zijn om de ontwikkeling van psychopathologie gunstig te beïnvloeden of zelfs te voorkomen. De door de Koning Boudewijn Stichting gesteunde leerstoel Transitiepsychiatrie, toegekend aan het project Youth in Transition van UPC KU Leuven, stelt zich tot doel de zorg voor deze doelgroep te verbeteren. In deze lezing zal een overzicht worden gegeven over het reeds gedane ‘transitieonderzoek’ dat zich met name focust op het belang van traumatische gebeurtenissen gedurende de kindertijd. Daarnaast zal er een overzicht worden gegeven waaraan we in het kader van de leerstoel de komende jaren binnen Vlaanderen willen werken.

 

PRAKTIJKSYMPOSIUM SP9 AL DOENDE PRATEN

Dinsdag 17/09/2019 14:20 O&N2 - BMW3

Contactpersoon : Jennifer De Smet

Organisatie : Z.org UPC KU Leuven, Campus Kortenberg - Beaufort

Al doende praten.

Auteur inleiding : Jennifer De Smet, Psychomotorisch therapeut Beaufort

Inleiding :

Psychomotorische therapie (PMT) gebruikt de lichamelijke ervaring en het bewegende lichaam als aangrijpingspunten om het motorisch functionele, het psychosomatische, het affectief-emotionele en relationele aspect van het psychomotorisch handelen te optimaliseren. De samenwerking tussen deze vorm van non-verbale therapie en verbale therapie is een meerwaarde binnen de afdeling Beaufort. In dit symposium komt de samenwerking en de meerwaarde hiervan aan bod tussen PMT en ACT, tussen PMT en gezinsdiagnostiek, PMT binnen MFT en doelgerichte psychomotorische systeemtherapie. Doen, ervaren, hieruit leren en dit bespreken vanuit intellectueel, emotioneel, relationeel en gedragsmatig standpunt zijn hierbij de doelstellingen.

  • Psychomotorische systeemtherapie.

Auteur : Jennifer De Smet - Psychomotorisch therapeut  Beaufort

Coauteurs : Danny Lambeens - Psychotherapeut-gezinstherapeut Beaufort

De kracht van non-verbale PMT-gezinssessies sluit aan op hoe men over de voordelen van veldwerk in (sub)culturen of aan huis werken, met bijvoorbeeld gezinnen, spreekt. Met name het onderscheid tussen hoe mensen of gezinsleden over zichzelf vertellen versus hoe er dagdagelijks vanuit impliciete patronen en gewoontes wordt gehandeld. Of problemen in systemen worden in de non-verbale interactie meer zichtbaar. De organisatie van een systeem en de manier waarop gezinsleden met elkaar omgaan, is te vergelijken met een ‘spelsituatie’. Er zijn regels, er is sprake van zetten en tegenzetten, strategie en doelen, maar je ziet ook samenwerking, strijd, plezier, verdriet, pijn, het overtreden van regels, fysiek geweld, aanrakingen enzovoort. In ieder systeem verloopt dit anders. Met andere woorden, de interactiepatronen tussen gezinsleden worden op een andere manier zichtbaar, naast de patronen die zich in gesprekssituaties voordoen. Door systemen aan te zetten tot handelen, doen door middel van bewegingsopdrachten, worden patronen in het hier en nu geactualiseerd. Immers, wat mensen doen is meestal anders dan wat mensen zeggen dat ze doen. Op die manier kunnen gezinnen naar voor brengen, voorbij de risico’s van een gesprek, hoe ze als gezin functioneren. Gezinsleden kunnen in het ‘doen’ spontaner, minder op hun hoede, de interacties binnen een systeem uitdrukken. Vanuit deze methodiek genereert PMT een belangrijke meerwaarde voor het gezinswerk.

  • Interactie tussen PMT gezinswerk en gezinstherapie.

Auteur : Danny Lambeens - Psychotherapeut-gezinstherapeut Beaufort

Coauteurs : Jennifer De Smet - Psychomotorisch therapeut Beaufort

Non-verbale PMT gezinssessies faciliteren in belangrijke mate de interacties, de dialogen die zich verder ontwikkelen in de individuele- en groepsgezinsgesprekken. Immers, het actief op scene brengen, aan de hand van concrete PMT-opdrachten, van feitelijk onbewuste en/of impliciete interactiepatronen die zich binnen het gezin dagdagelijks voordoen, is een significante aanvulling voor het gezinstherapeutisch werk. Het non-verbaal proces kan een bijdrage leveren in de gezinsdiagnostiek maar kan voorbij verbaal, al of niet vastgelopen dialogen, evengoed nieuwe omgangsvormen als mogelijkheid aanreiken of nieuwe, onderliggende processen, verduidelijken of versterken. Zo kunnen er in vastgelopen situaties openingen worden gevonden richting andere omgangsvormen of kan, bijvoorbeeld in de Multi Family Therapie, via non-verbaal werk, interactief op het gezinsproces worden gereflecteerd. Belangrijk is ten slotte om de non-verbaal ontvouwde interacties, tijdens het gezinstherapeutisch proces, te bespreken en samen van verhaal te voorzien.

  • Be-leef ACT, psychomotorische therapie als middel om experiëntiële vermijding te doorbreken in ACT.

Auteur : An de Decker - Psychotherapeut Beaufort

Coauteurs : Jennifer De Smet - Psychomotorisch therapeut Beaufort

Acceptance & Commitment Therapy (ACT), wordt beschouwd als derde generatie gedragstherapie, waarbij niet de inhoud van het denken in vraag wordt gesteld, maar wel de functie ervan en de impact op ons functioneren. Centraal uitgangspunt is dat experiëntiële vermijding aan de basis ligt van uiteenlopende moeilijkheden en als dusdanig een transdiagnostisch concept is. Dit biedt ons de mogelijkheid om een evidence based therapeutisch programma aan te bieden dat werkzaam is voor jongeren met diverse problematieken. In ACT wordt gewerkt aan het leren omgaan met onaangename gevoelens, een gezonde afstand nemen van negatieve gedachten en je richten op wat echt belangrijk is en als dusdanig het nastreven van een bewust en waardevol leven. Door de implementatie van het recente ontwikkelingsmodel van ACT ( DNA-V, Lisa Coyne), hebben we er bewust voor gekozen het ontwikkelingspsychologisch perspectief in het klassieke ACT model te integreren. De ervaring leert ons dat het niet evident is om experiëntiële vermijding te doorbreken met enkel klassieke verbale ACT-groepssessies. Daarom zijn we op Beaufort bewust gaan zoeken naar non-verbale ACT-sessies, waarbij het doen en ervaren centraal staat. PMT sessies bieden hierbij een grote meerwaarde vanuit de focus op de ervaring, het voelen in plaats van het praten. Thema’s van de verbale en non-verbale sessies worden simultaan afgestemd zodat de ervaring tijdens de psychomotorische ACT sessie, stof tot reflectie geeft in de verbale groepssessies en omgekeerd. Tijdens deze lezing zullen we verder ingaan op de praktijk van de psychomotorische ACT sessies en de bijdrage hiervan voor het therapeutisch proces.